slideshow 4 slideshow 5 slideshow 6

Daikblogs

Westfriese Zwarte Pieten

Zwarte Zwarte Pieten tijdens de intocht van Sinterklaas in Hoorn ( maker onbekend  )

 

Oudkarspel, 26-11 2016

 

Beste Westfriese Deurloupers, Beste DaikSait                                                   

 

As Zwarte Piet hew ik jullie hulp nôdig. Ik doen jullie ‘n oproep:

 

‘Eerst docht ik

Wat een gezeur

Moet ik een are kleur?

Dat gaat mooi niet deur.

 

Ik kom bai alleman heêl trouw

En nou geve ze me blauw.

Ik geef kedo’s an ieder kind

En voel me deer ’n vrind

 

De joosies benne heêls niet bang

Want de roe leit ik thuis, al heêl lang

Al jare stop ik gien kind meer in de zak

Dat ‘t sunterklaasfeest gaat met groôt gemak.

 

As ik kom koikt alleman bloid

Jare was ‘t ’n mooie toid.

Nou zit ik hier desillusioneerd

Inienen is m’n kleur verkeerd.

 

Ik ben zo groôs op m’n kleur, m’n heer

En nou mag dat van are gien meer

Ik wor nou discrimineerd, toch?

Ben ik den niet goed genog?

 

Wat benne de mense hard.

Wat is ‘r mis met m’n zwart?

Weer bloift moin identitoit?

Die raak ik hêlegaar kwoit.

 

Bloif ik demie achter in Spanje?

Of past moin toet oranje?

Moet ik wit?

Hewwe witte den meer pit?

Moet ik vege op m’n snoet?

Beste Deurloupers zeg ‘rs wat ik doen moet?

 

HELP!!! ‘

 

Groete, Zwarte Piet

 

Watersnoodherdenkingsconcert.

Watersnoodherdenkingsconcert. Woordwaarde 326. Daar hadden de makers van deze theaterproductie maar gauw WANOHEDECO van gemaakt. Ik bezocht onlangs deze “mixed-media” voorstelling in Wieringerwerf. Daarmee had de herdenking van de stormvloed van 1916, die toch aan 19 mensen het leven had gekost, verrassend genoeg een klein feestelijk tintje. Omdat de bewoners van de Wieringermeer er immers hun bestaansGROND aan te danken hebben. De plannen die Cornelis Lely (1854-1929) allang had gemaakt om in het noorden de boel beter te beveiligen tegen de waterwolf, kregen na de ramp van 1916 pas groen licht. Het kalf was verdronken, de put mocht gedempt. In 1930 viel de Wieringermeer droog.

De voorstelling WANOHEDECO was een organisch gegroeide verzameling kunsten rond een gedicht uit 1937. Er was voordracht, er was blaasmuziek, stand-up troubadoerisme en zelfs wat fysiek toneelspel rond het dramatisch breken van de dijk. Zandzakken erin ! Het gedicht “De Dijk” van Jan Engelman uit 1937 vormde de kapstok waaraan alles, naar een idee van "Dijkoloog" Willem Messchaert, was opgehangen. Onzichtbare stemmen declameerden steeds een stukje van dit epos, dat geschreven zou zijn ter eer en glorie van de Afsluitdijk. Harmonie “De Eendracht” uit Kolhorn liet horen wat ze na drie maanden oefenen had ingestudeerd en als de spekjes in de leverworst kwamen de kleine en fijne liedjes over de wind en de zee van de authentieke poldertroubadour Bert van Baar daar tussendoor. Hij had zijn wonderlijke verrijd- en uitschuifbare harmonium voor de gelegenheid meegenomen.

 

Zonder afbreuk te willen doen aan de voorstelling, we hewwe immers bar genoten, voel ik mij wel geroepen om wat te rammelen aan de ruggegraat van de productie : het gedicht. Of sterker, het gedicht rammelt m.i. van zichzelf nogal. De vraag is namelijk : gáát dit gedicht wel over de Afsluitdijk ? Verschillende bronnen verzekeren ons dat Jan Engelman zijn gedicht schreef ter ere van de Afsluitdijk maar dat blijkt niet uit de woorden die hij heeft gekozen. Het lijkt er veel meer op dat hij hier de loftrompet uitgestoken heeft voor de dijk der dijken : onze Westfriese Omringdijk ! Dat denk ik.

Laat ons de facts checken :

1. De Afsluit”dijk” is een “dam” die Noord-Holland en Friesland sinds 1932 met elkaar verbindt. Begint Jan Engelman niet meteen met een hele vette knipoog door zijn gedicht “de Dijk” te noemen ?

2. In de regels die volgen lezen we dan:

“De dijk ligt tusschen ’t land en ’t water
met palen en bazalt.”

We weten toch dat de Afsluitdam twee stukken water van elkaar scheidt ???

3. De tweede strofe begint dan zo:

“Hij heeft de zee het land ontstolen”

4. en verderop staat ( mooi gesproken overigens ) :

“De molens slaan de horizonnen
met wieken, kruis na kruis,
de polder is een vat vol sponnen [=vulgaten]
en heimelijk geruisch.”

Molens aan de Afsluitdijk? Een polder? Hier wordt ons toch eerder het beeld geschetst van onze oude onnavolgbare Omringdijk ??

5. In deel III weten we het zeker :

“Ligt hij er pas, ligt hij er eeuwen, / met zijn geduchten zoom?”

......... Need I say more ?

( Met dank aan F.Stolk)

Beluister “De Dijk” van Jan Engelsman, getoonzet en gezongen door Anton Greefkes ( Zwaag 1996) : klik HIER
 

Pagina's

Theme by Danetsoft and Danang Probo Sayekti inspired by Maksimer