Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar wij hebben in de feestmaand december weer “eten as daikers”, dat ‘r moeten weer nôdig wat ponde of. Ik kon het na de oliebollen daarom niet meteen opbrengen om over de Westfriese keuken te schrijven. Maar nu kan het wel weer….
Want ik kwam vorig jaar in het bezit van het “Westfries Kookboek.” Over “de streekkeuken die niet zou bestaan.” Een zeer smakelijk boek en dat niet alleen vanwege de recepten die er in staan, maar nog meer om de liefdevolle manier waarop de Delftse broers Thijs en André Dekker het land van hun roots in tekst en tekening benaderen: Westfriesland.
De Omringdijk beschermt een vruchtbaar gebied van zeeklei, zand en zavel. De regio is daardoor groot in de productie van zuivel, zaden, groente, fruit en bloembollen. Al die producten zijn hier decennialang op geheel eigen wijze voor de eigen maaltijd verkregen en bereid: “deer teêld, deer eten, deer bekend”.
Het kookboek van Thijs Dekker gaat terug naar de smaken van simpele kost met Westfriese ingrediënten. Met het Westfries Kookboek definieert hij op een serieuze, verantwoorde manier de Westfriese streekkeuken. Hij haalt zijn producten van of langs de Westfriese erven en bereidt ze niet op z’n Frans, Italiaans of Pools, maar op z’n Westfries. Met eenvoud, met grote smaken, met vitaminen en zonder poespas. “Gewoôn eten.”

foto ©2025 sjaak bos
Hier komt het op neer: Westfriese kost koop je langs de weg. Uit kisten, karren, kramen en automatieken: kolen, kazen, bonen, uien en piepers. Je maakt ze schoon, gooit ze in de pan, laat ze lang koken en schept ze dampend op je bord. Zo werden in Westfriesland generaties lang tweegangen maaltijden opgedist, totdat in de jaren 60 Koen Visser met zijn blikken nasi op de proppen kwam. Thijs Dekker struinde op erven, in zijn herinnering en die van zijn familie en beschrijft in zijn boek oorspronkelijke gerechten als Ketelkost, Verloren broôd, Uienenwortulleprak met skillen, Koôlprak (Skotwal), Krombeksla-met-pâling of Beskuitepap.
Ik heb er een klein menuutje uitgepikt voor jullie, in het Westfries hertaald en zelf uitgeprobeerd:
Eerappelkoekies-in-plaas-van-gekoukte-piepers
Je hewwe drougkoukende piepers nôdig. (Frieslanders benne lekkertjes) Skil d’r drie. Effies waske en drouge en den rapse. (Raps ‘r ok metien een knoflouktoôn deur en doen ‘r wat peper en zout baâi.) Doen butter in een heite pankoekerspan (liefst ien met een goeie dikke bodem van plaatstaâl of gietoizer). Skep den in de sudderende butter wat bergies van dat rapsmengsel. Bak deuze eerappelkoekies om en om in ommennebaai 10-15 minute goudgeêl. Je kenne deurbakke tot alles opbakt is. Hou de koekies warm op een bord met bakpapier.
Je kenne d’r vezellef ok ien grôte koek van bakke, maar hoe meer knapperige randjes, hoe lekkerderder vezellef……

foto ©2026 sjaak bos
Bron: Dekker, Th.& A. (2023). Westfries Kookboek. ZAVEL uitgeverij, Rotterdam
Skoftig lekker! Je kenne nag een klain uitje meebakke en een beetje peterselie overstrooien.